Gestolen, maar dan toch weer niet
Het land heeft twee dagen op zijn kop gestaan vanwege deze twee hoorns: de Guldhorne (gouden hoorns). Ze hebben sowieso al een turbulente historie achter de rug: deze uit de IJzertijd stammende gouden kleinoden werden rond de 17e eeuw ontdekt. De eerste werd in 1639, de andere in 1734 uit één of ander veld in Sleeswijk gehaald, en aan de koning geschonken. Maar in 1802 sloeg het noodloot voor de eerste keer toe: de hoorns werden stolen door een armzalige goudsmid, die de hoorns prompt smolt en verwerkte tot juwelen en gespen. De smid werd gevat, maar het kwaad was geschied. Mensen die juwelen bij de smid gekocht hadden, gaven die wel terug aan het rijk, maar al het goud dat zo teruggehaald werd, werd naar de Koninklijke Munt verkast om aldaar tot, tja, muntjes omgesmolten te worden. Het enige wat nu nog overblijft, zijn twee paar oorringen die vermoedelijk van het goud van de oorspronkelijke Guldhorne gesmeed zijn.De Denen bleven echter niet bij de pakken neerzitten, en smeden twee kopieën van de hoorns, dit keer van verguld zilver. De hoorns bevinden zich normaal gezien in het Nationalmuseum in Kopenhagen, maar werden uitgeleend aan een tentoonstelling in Jelling, vlakbij Vejle. En daar gebeurde het maandag 17 september: de kopieën werden gestolen! De dieven hadden het niet enkel op de hoorns gemunt, maar jatten ook wat andere sieraden. Klein foutje: het paar oorringen dat ze meegegraaid hadden, waren niet die van het originele goud gemaakt zijn. Oeps! En vanmorgen kwam dan de verlossing: de hoorns zijn teruggevonden en veilig en wel bij de politie ondergebracht. Het land kan weer op beide oren slapen.


0 Comments:
Post a Comment
<< Home